ECLI:NL:GHDHA:2018:3094
Gerechtshof Den Haag · 17-10-2018 · zaaknummer 22-001671-18
Inhoudsindicatie
Behandeling na terugwijzing door de Hoge Raad. Het hof veroordeelt de verdachte wegens het opzettelijk aanwezig hebben van ruim 24 kg hennep tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Overwegingen ten aanzien van de (on)rechtmatigheid van het binnentreden. Het hof gaat ervan uit dat de één dag daarvoor gedateerde machtiging tot binnentreden pas daadwerkelijk is verleend nadat de verbalisant ook zelf de hennepgeur had geroken en na daaropvolgend overleg met de hulpofficier van justitie. Niet blijkt hoe de verbalisant de achterzijde van de woning heeft weten te bereiken. Voor zover dit al in strijd is met de verbaliseringsplicht van artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering, verbindt het hof hier geen gevolg aan, reeds omdat niet is gebleken dat de verdachte daardoor in enig rechtens te respecteren belang is geschaad. Binnentreden rechtmatig. Op grond van al hetgeen door de verbalisanten is waargenomen staat naar het oordeel van het hof vast dat sprake was van hennep. Gelet op hetgeen is aangetroffen in de woning en hetgeen de verdachten hebben verklaard concludeert het hof dat de verdachten alle in de woning aangetroffen hennep opzettelijk aanwezig hebben gehad.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
