ECLI:NL:GHDHA:2018:2536
Gerechtshof Den Haag · 27-09-2018 · zaaknummer 22-001802-17
Inhoudsindicatie
Vrijspraak. Dat de medewerkers verontrust waren over en melding hebben gemaakt van het gedrag van de verdachte en zijn uitlatingen, is volgens het hof te begrijpen, maar zij zijn daarmee niet in het door artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht beschermde rechtsgoed – hun persoonlijke vrijheid – aangetast. Voor zover het in de tenlastelegging vermelde ‘en/of anderen’ zou zien op een algemene bedreiging rechtstreeks tegen een grote groep Westerlingen, Europeanen en/of Nederlanders, oordeelt het hof dat die groepen vanuit de beslotenheid van de PI niet bedreigd hebben kunnen worden door de uitlatingen van de verdachte. De uitlatingen hebben die groepen niet bereikt (HR 25 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO4022).
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
