ECLI:NL:GHDHA:2018:2164
Gerechtshof Den Haag · 11-07-2018 · zaaknummer 22-002988-17
Inhoudsindicatie
Verdachte betrapt een drietal jongens die hij ervan verdenkt dat zij hebben ingebroken in zijn auto. Ten aanzien van het vervolgens door hem gebruikte geweld beroept hij zich op noodweer. Het hof verwerpt dat verweer. Naar het oordeel van het hof was weliswaar sprake van onmiddellijk dreigend gevaar voor een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van verdachtes goederen die in de auto lagen, maar kunnen de daarop volgende handelingen van de verdachte niet worden aangemerkt als verdedigingshandelingen. Zijn handelingen moeten – naar de kern bezien – als aanvallend worden aangemerkt. Op grond van de uiterlijke verschijningsvorm van de gedragingen van de verdachte gaat het hof ervan uit dat de verdachte niet doende was zijn bezit te verdedigen of de jongens “aan te houden”, maar dat hij louter uit was op een confrontatie met de jongens, een confrontatie die door het hof niet anders kan worden geduid dan als een vorm van ontoelaatbare eigenrichting. Dat betekent niet alleen dat een beroep op noodweer niet kan worden aanvaard, maar ook dat het beroep op noodweerexces niet kan slagen. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt mishandeling. Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 120 uur waarvan 60 uur voorwaardelijk.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
