ECLI:NL:GHDHA:2018:1747
Gerechtshof Den Haag · 11-07-2018 · zaaknummer BK-17/00934
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft sinds 2004 een schuld aan zijn BV, waarop jaarlijks gemiddeld circa 3% rente wordt bijgeschreven. De Inspecteur IB krijgt van zijn collega van de Vpb een melding dat de BV over 2013 geen rente heeft berekend over de geldlening. Vervolgens wordt aan belanghebbende een navorderingsaanslag opgelegd. Het niet berekenen van een zakelijke rente van 7% door de BV wordt gezien als een uitdeling en belast als inkomen uit aanmerkelijk belang. Hof Den Haag oordeelt dat de Inspecteur beschikt over een nieuw feit en dat sprake is van een uitdeling. Niet aannemelijk is dat sprake is van een schijnlening of dat de kwijtschelding op zakelijke gronden is geschied. Het Hof oordeelt voorts dat de vereiste aangifte niet is gedaan (een afwijking van 11,6% is ‘verhoudingsgewijs aanzienlijk’) en dat de Inspecteur de omvang van het inkomen uit aanmerkelijk belang naar redelijkheid heeft geschat.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
