ECLI:NL:GHDHA:2018:1416
Gerechtshof Den Haag · 12-06-2018 · zaaknummer BK-17/00894
Inhoudsindicatie
Belanghebbende bezit een woning te B en huurt daarnaast een woning in N. Belanghebbende stelt dat de koopwoning zijn centrale levensplaats vormt en verantwoordt de woning in de aangifte IB/PVV 2014 als eigen woning in box 1. De huurwoning wordt volgens belanghebbende slechts gebruikt als ‘werkwoning’, gezien het feit dat belanghebbende en zijn echtgenote beiden in de regio van de huurwoning werkzaam zijn. De Inspecteur beschouwt de koopwoning niet als “eigen woning” in de zin van art. 3.111 IB 2001. Het Hof oordeelt – in tegenstelling tot de Rechtbank – dat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat de koopwoning als hoofdverblijf kan worden aangemerkt. Doorslaggevend is dat de koopwoning het middelpunt van de persoonlijke belangen van belanghebbende is.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
