ECLI:NL:GHDHA:2018:1134
Gerechtshof Den Haag · 09-05-2018 · zaaknummer 200.220.474/01
Inhoudsindicatie
In het kader van het bepalen van de behoefte van de minderjarige had het op de weg van de man gelegen zijn aangifte IB 2012 over te leggen om zijn inkomen in 2012 inzichtelijk te maken. Dit geldt te meer nu de rechtbank in de bestreden beschikking reeds heeft overwogen dat de man zijn stelling aangaande zijn verdiencapaciteit onvoldoende had onderbouwd. Het hof passeert de stelling van de man, dat de belastingdienst zijn inkomsten als deejay in 2012 heeft aangemerkt als een onkostenvergoeding, wegens onvoldoende onderbouwing in het bijzonder wegens het ontbreken van onderliggende stukken van de zijde van de belastingdienst. Bij de berekening van de draagkracht neemt het hof in aanmerking dat de man slechts 24 uur per week in dienstverband werkt en heeft erkend daarnaast ook in de weekenden als deejay op te treden. Het hof acht de stelling van de vrouw dat de man met zijn werkzaamheden als deejay inkomsten heeft gegenereerd, genereert en kan genereren voldoende onderbouwd. Dat de man thans slechts een onkostenvergoeding ontvangt, maakt dit niet anders. Dit brengt mee dat de man in staat kan worden geacht zijn verdiencapaciteit aan te vullen door middel van werkzaamheden als deejay.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- H. Durdu
- M.C. Kwakkelstein-Doornbos
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
