ECLI:NL:GHDHA:2017:573
Gerechtshof Den Haag · 07-03-2017 · zaaknummer 000240-17
Inhoudsindicatie
Art. 512 Sv. Wraking. Voor zover de wrakingsgronden al betrekking hebben op de leden van de kamer waarvan de wraking wordt verzocht kunnen zij niet tot toewijzing van het verzoek leiden, omdat die gronden naar hun aard geen feiten of omstandigheden opleveren waardoor de rechterlijke onpartijdigheid – in objectieve dan wel subjectieve zin – van één of meer van die leden schade zou kunnen lijden: zij zijn immers slechts in algemene zin gericht tegen het gerechtshof als zodanig en derhalve niet specifiek gericht tegen de leden van de strafkamer waarvan thans wraking wordt verzocht. Voorts wordt toepassing gegeven aan artikel 515, vierde lid van het Wetboek van Strafvordering. De wrakingskamer is van oordeel dat verzoeker de bevoegdheid om wrakingsverzoeken in te dienen misbruikt. Daarom zal de wrakingskamer bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in de onderhavige strafzaak van de verzoeker niet in behandeling wordt genomen.
Rechters
Advocaten
- C.G.M. van Rijnberk
- D.M. Thierry
- J.M.T. van der Hoeven-Oud
- M. Bode
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
