ECLI:NL:GHDHA:2017:569
Gerechtshof Den Haag · 07-03-2017 · zaaknummer 000221-17
Inhoudsindicatie
Art. 512 Sv. Wraking. De wettelijke mogelijkheid van wraking is niet bedoeld als een verkapt rechtsmiddel tegen – de verzoeker onwelgevallige – (processuele) beslissingen van de zittingsrechter. Het afwijzen van het aanhoudingsverzoek door het hof onder de aan de orde zijnde omstandigheden, hoewel een andere beslissing denkbaar was geweest, vormt geen uitzonderlijke omstandigheid die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de raadsheren jegens de verzoeker een vooringenomenheid koesteren, althans dat de bij de verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Rechters
Advocaten
- C.G.M. van Rijnberk
- D.M. Thierry
- G. Meijers
- J.M.T. van der Hoeven-Oud
- M. Bode
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
