ECLI:NL:GHDHA:2017:412
Gerechtshof Den Haag · 22-02-2017 · zaaknummer 200.190.766/01
Inhoudsindicatie
Partneralimentatie en KGB; prejudiciële vraag. In HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3011, is geoordeeld dat bij de vaststelling van kinderalimentatie het kindgebonden budget en de daarvan deel uitmakende alleenstaande ouderkop (KGB) niet in aanmerking dienen te worden genomen bij de bepaling van de behoefte van het kind maar bij de berekening van de draagkracht van de ouder die het KGB ontvangt. Het is de vraag welke gevolgen dit heeft voor de partneralimentatie. De prejudiciële vraag wordt gesteld of het KGB geldt als inkomen van degene die dit ontvangt, zodat het KGB diens (aanvullende) behoefte vermindert en daarmee de vast te stellen partneralimentatie verlaagt, of dat het KGB evenals andere inkomensafhankelijke overheidsverstrekkingen een aanvullend karakter heeft, zodat het buiten beschouwing blijft bij de bepaling van de behoefte van de ontvanger van het KGB.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
