ECLI:NL:GHDHA:2017:4025
Gerechtshof Den Haag · 18-12-2017 · zaaknummer 22-002285-17
Inhoudsindicatie
Automobilist ziet bij het afslaan een hem tegemoetkomende fietser over het hoofd. Fietser raakt daardoor zwaargewond. Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan het hof niet meer vaststellen dan dat de verdachte, toen hij zich vergewiste van mogelijk naderend verkeer, de fietser die hem tegemoetkwam niet heeft gezien, terwijl deze voor hem wel zichtbaar moet zijn geweest en de verdachte daarop zijn rijgedrag moet hebben kunnen afstemmen. Het hof is echter van oordeel dat niet is gebleken van bijkomende omstandigheden op grond waarvan de verdachte minst genomen aanmerkelijke onvoorzichtigheid, onoplettendheid of onzorgvuldigheid verweten kan worden. Vrijspraak art. 6 WVW. Veroordeling wegens gevaarlijk rijgedrag (art. 5 WVW) tot een taakstraf van 40 uren en een voorwaardelijke rij-ontzegging voor de duur van 6 maanden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
