ECLI:NL:GHDHA:2017:3769
Gerechtshof Den Haag · 22-12-2017 · zaaknummer 22-003550-16
Inhoudsindicatie
Art. 69 Sr. Artt. 1:413 en 1:426 BW. Art. 423 lid 2 Sv. OM in eea niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging op grond van art. 69 Sr. Het hof komt tot de slotsom dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte niet meer in leven is, zodat vooralsnog van het tegendeel moet worden uitgegaan. Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. Terugwijzing van de zaak naar de rechtbank op verzoek van het Openbaar Ministerie. Het hof heeft ter terechtzitting in hoger beroep beslist dat de niet-gemachtigde raadsvrouw in dit uitzonderlijke geval het woord mocht voeren voor wat betreft de toepassing van artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht. In het strafrecht moeten zware eisen worden gesteld aan de gronden voor de vaststelling dat een persoon is overleden, nu ten gevolge daarvan immers het recht van het Openbaar Ministerie tot strafvervolging vervalt. Het hof gaat in beginsel uit van de inhoudelijke criteria die zijn gesteld in civiele regelgeving en de daaraan gegeven uitleg in de rechtspraak. Het hof acht zich bij de toepassing van die criteria niet gebonden aan de in het Burgerlijk Wetboek genoemde termijnen. In ogenschouw dient te worden genomen dat het in de bijzondere omstandigheden van deze zaak geenszins ondenkbaar is dat de dood wordt voorgewend om onder andere aan een mogelijke vervolging te ontkomen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[de verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
