ECLI:NL:GHDHA:2017:3418
Gerechtshof Den Haag · 16-11-2017 · zaaknummer 22-005561-15
Inhoudsindicatie
Mensenhandel. Uitbuiting. De verdachte heeft zich gedurende een periode van enkele maanden samen met haar medeverdachten meerdere malen schuldig gemaakt aan het minderjarigen en jonge vrouwen, uitlokken, brengen tot en faciliteren van het vervoeren van hasj vanuit Marokko naar Nederland louter voor het persoonlijk financieel gewin van de verdachte en de medeverdachten. Daarbij werd de slachtoffers een voor hen aantrekkelijk geldbedrag beloofd dat echter minimaal te noemen was in verhouding tot de met de drugs beoogde winsten en de risico’s die de slachtoffers liepen in geval van betrapping van het transport van de drugs. Daarbij werd bovendien de slachtoffers valselijk voorgespiegeld dat de risico’s verbonden aan die smokkel klein waren, omdat de douane zou zijn omgekocht. Er is sprake van overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het hof heeft in strafmatigende zin rekening gehouden met deze overschrijdingen van de redelijke termijn. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 20 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest. Tevens veroordeelt het hof de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair50 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
