ECLI:NL:GHDHA:2017:3320
Gerechtshof Den Haag · 15-11-2017 · zaaknummer 200.216.629/01; 200.216.952/01; 200.218.795/01
Inhoudsindicatie
Familieleden van de vader, in eerste aanleg strafrechtelijk veroordeeld voor het om het leven brengen van de moeder, en de moeder verzoeken met de voogdij van de drie minderjarige kinderen te worden belast en de kinderen bij hen te plaatsen. De raad verzoekt plaatsing van de kinderen in een neutraal pleeggezin en het belasten van de gecertificeerde instelling met de voogdij. Het hof stelt voorop dat in het algemeen een netwerkplaatsing de voorkeur heft boven plaatsing in een neutraal pleeggezin. het hof is van oordeel dat inde onderhavige zaak van deze hoofdregel niet moet worden afgeweken op grond van de aangedragen argumenten. het hof is van oordeel dat plaatsing van de kinderen bij de familieleden van de moeder de voorkeur geniet. Omdat het belang van de kinderen het beste is gediend bij het toekennen van de voogdij aan degenen die voor hen zorgen, is het hof van oordeel dat de voogdij aan de familieleden van de moeder dient te worden toegekend. het hof bekrachtigt de bestreden beschikking.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- J.C. Herweijer
- L. Goei
- R.H.P. Feiner
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
