ECLI:NL:GHDHA:2017:1259
Gerechtshof Den Haag · 08-05-2017 · zaaknummer 22-003302-16
Inhoudsindicatie
Vrijspraak art. 246/247 Sr. Niet wettig en overtuigend bewezen dat [aangever] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde. Ontbreken van overtuiging dat [aangever] aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens leed dat hij niet of onvolkomen in staat was zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden zoals primair is ten laste gelegd. Voorts is uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep onvoldoende overtuigend naar voren gekomen dat verdachte [aangever] heeft gedwongen ontuchtige handelingen te plegen en/of te dulden zoals subsidiair ten laste is gelegd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
