ECLI:NL:GHDHA:2016:597
Gerechtshof Den Haag · 08-03-2016 · zaaknummer DH 33-2016, 200.175.397/01, 200.182.692/01
Inhoudsindicatie
Verzoek tot wraking. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard voor zover het verzoek berust op feiten en omstandigheden die zich voor de terechtzitting in de hoofdzaak hebben voorgedaan (37, eerste lid, Rv) en voor zover het verzoek berust op gronden die niet in het verzoek tot wraking, maar eerst ter gelegenheid van mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek, zijn voorgesteld (37, derde lid, Rv). Voor het overige wordt het verzoek afgewezen, omdat naar het oordeel van de wrakingskamer geen zwaarwegende aanwijzing bestaat voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Advocaten
- G.B.C.M. van der Reep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- H. Loonstein
- J.M. van de Poll
- M.E. Honée
- M.E.J.E. Coenraad
- S.K. Welbedacht
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
