ECLI:NL:GHDHA:2016:4037
Gerechtshof Den Haag · 28-12-2016 · zaaknummer BK-15/00008
Inhoudsindicatie
Met de overdracht van de lijfrenteverplichting aan de persoonlijke houdstermaatschappijen en de verkoop van de onderneming aan een derde is de band tussen lijfrenteverplichting en onderneming verbroken waardoor niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder de lijfrentevrijstelling is genoten. Toepassing maatregel art. 3.133, lid 1, jo. Art. 3.137 Wet IB 2001. De Inspecteur terecht een negatieve uitgave voor inkomensvoorzieningen in aanmerking heeft genomen alsmede of terecht revisierente en heffingsrente in rekening is gebracht. Indien de vorige vraag bevestigend wordt beantwoord is in geschil of het bedrag van € 3.426 aan lijfrente terecht tot het inkomen is gerekend
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
