ECLI:NL:GHDHA:2016:2793
Gerechtshof Den Haag · 10-08-2016 · zaaknummer 22-000250-14
Inhoudsindicatie
De strafzaak tegen de verzoeker is geëindigd met een beslissing, die hem op grond van artikel 89, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering in beginsel recht geeft op toekenning van een vergoeding voor de schade, die hij heeft geleden als gevolg van het door hem ondergane voorarrest. Indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn ingevolge het hier toepasselijke artikel 90, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof wijst het verzoek af. Het hof is van oordeel dat geen gronden van billijkheid aanwezig zijn voor toekenning van schadevergoeding.
Rechters
Advocaten
- F.P. Holthuis aan de Abraham Patrasstraat
- S.A. Minks
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
