ECLI:NL:GHDHA:2016:2533
Gerechtshof Den Haag · 31-08-2016 · zaaknummer 22-001461-15
Inhoudsindicatie
Vrijspraak tav de tenlastegelegde poging tot doodslag. Niet is komen vast te staan dat de kans dat [slachtoffer 1] ten gevolge van het door verdachte en zijn mededaders toegepaste geweld zou komen te overlijden, aanmerkelijk was. Dat betekent vervolgens dat voorwaardelijk opzet op dat gevolg niet kan worden aangenomen. Veroordeling ter zake van medeplegen van zware mishandeling, en openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 weken, waarvan 10 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest, alsmede een werkstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis. Geen eendaadse samenloop. De door verdachte gepleegde feiten zijn gekwalificeerd als het medeplegen van zware mishandeling en het openlijk in vereniging geweld plegen. Naar het oordeel van het hof is de strekking van beide delictsomschrijvingen niet wezenlijk hetzelfde. De openlijke geweldpleging ziet immers op de aanranding van de openbare orde, terwijl de zware mishandeling, ziet op een wederrechtelijke inbreuk op de lichamelijke integriteit en de gezondheid. Nu de strafbare gedragingen een verschillende strekking hebben, kan niet worden gesproken van eendaadse samenloop.
Advocaten
- G. Knikman
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
