ECLI:NL:GHDHA:2015:331
Gerechtshof Den Haag · 23-02-2015 · zaaknummer 22-002797-13
Inhoudsindicatie
Het hof acht bewezen dat de verdachte zich samen met zijn mededader (echtgenote) schuldig heeft gemaakt aan (medeplegen van) belaging van het gezin van zijn dochter. Het hof legt voor het bewezenverklaarde feit geen straf of maatregel op (art. 9a Sr). Tijdsverloop tusssen het verhoor van de verdachte, op 26 november 2011, en de beslissing tot dagvaarding van de verdachte, op 19 april 2013, levert geen grond op tot niet-ontvankelijkverklaring van Openbaar Ministerie in de vervolging. Ontbreken van klacht (art. 285b lid 2 Sr). Het hof komt op grond van feiten en omstandigheden tot het oordeel dat is voldaan aan het klachtvereiste.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
