ECLI:NL:GHDHA:2015:2992
Gerechtshof Den Haag · 29-10-2015 · zaaknummer 22-002419-12
Inhoudsindicatie
Art. 240b Sr. Veroordeling voor het verspreiden, aanbieden, invoeren en verwerven van kinderporno, en het een gewoonte maken van het in bezit hebben van kinderporno. Preliminair verweer met betrekking tot de geldigheid van de dagvaarding. Het hof is van oordeel dat noch uit de bepaling van artikel 261, eerste lid, Sv, noch uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat aan de omschrijvingen van de afbeeldingen in de tenlastelegging de eis dient te worden gesteld dat zij telkens moeten kunnen worden herleid tot een bepaaldelijk aangeduide afbeelding (dat wil zeggen onder vermelding in de tenlastelegging van een specifiek bij de afbeelding behorend nummer of kenmerk).
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[de vedrachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
