ECLI:NL:GHDHA:2015:2330
Gerechtshof Den Haag · 18-08-2015 · zaaknummer BK-14-00629
Inhoudsindicatie
In geschil is of: 1. De Inspecteur over een navordering rechtvaardigend nieuw feit beschikt, dan wel of belanghebbende te kwader trouw is als bedoeld in artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR); 2. De in artikel 27e AWR voorziene sanctie van toepassing is; 3. (a) Ter zake van de verkoop van de panden een zakelijke prijs in aanmerking is genomen en, indien dit niet het geval is, of (b) het verschil tussen de overeengekomen prijs en de als zakelijk aan te merken prijs een uitdeling van winst vormt; 4. Bij bevestigende beantwoording van vraag 3(b), belanghebbende de gecorrigeerde winst kan toevoegen aan de herinvesteringsreserve; 5. Bij ontkennende beantwoording van vraag 4, bij belanghebbende het in rechte te beschermen vertrouwen is gewekt dat de bij de bepaling van de verkoopprijs van de panden mocht worden uitgegaan van een waarderingsmethode van 10 maal de feitelijke huuropbrengst van de panden; 6. (Subsidiair) rekening moet worden gehouden met een nabetaling ten bedrage van € 302.512 in plaats van € 285.756 (zie 3.15).
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
