ECLI:NL:GHDHA:2015:1265
Gerechtshof Den Haag · 08-01-2015 · zaaknummer 001802-14
Inhoudsindicatie
Wrakingsgrond: De beslissing van het hof om de verdediging niet in de gelegenheid te stellen te reageren op het standpunt van de advocaat-generaal ten aanzien van de getuigenverzoeken van de verdediging, leidt ertoe dat de verdediging onvoldoende ruimte heeft gekregen om het verzoek tot het horen van getuigen behoorlijk toe te lichten. Deze beslissing is dermate onbegrijpelijk en zo zeer in strijd met artikel 6 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), dat de objectieve vrees bestaat dat het hof vooringenomen is, althans dat een naar objectieve maatstaven gerechtvaardigde schijn van partijdigheid is veroorzaakt. Oordeel hof: De voorzitter heeft de leiding van het onderzoek op de terechtzitting en bepaalt ter terechtzitting de regie. Een beslissing als de onderhavige, inhoudende dat aan de verdediging niet een tweede termijn wordt gegund om te reageren op het standpunt van de advocaat-generaal ten aanzien van getuigenverzoeken van de verdediging, dient naar het oordeel van de wrakingskamer te worden aangemerkt als een beslissing die kennelijk is genomen met het oog op de leiding van het onderzoek op de terechtzitting in de zin van artikel 272 van het Wetboek van Strafvordering en is daarmee een beslissing die (alleen) aan de voorzitter toekomt. Verzoeker is derhalve niet-ontvankelijk in het wrakingverzoek ten aanzien van de leden mr. Römer en mr. Bruins. Voorts valt niet in te zien dat door de beslissing van de voorzitter om aan de raadsman geen tweede termijn te geven mede om te kunnen reageren op het standpunt van de advocaat-generaal ten aanzien van getuigenverzoeken, sprake is van een zodanig uitzonderlijke omstandigheid dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de voorzitter jegens de verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verdachte dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Uit de omstandigheid dat het hof na de toelichting op de getuigenverzoeken door de raadsman en na kennis te hebben genomen van het standpunt van de advocaat-generaal dienaangaande opstond en de zittingszaal verliet, kan worden afgeleid dat het hof zich kennelijk voldoende voorgelicht achtte. Nu aan zowel het Openbaar Ministerie als aan de verdediging één termijn is verleend is ook daarin geen onevenwichtigheid gelegen, die een (vrees voor) vooringenomenheid zou kunnen inhouden. Het hof wijst het verzoek tot wraking van de voorzitter mr. N.A. Schimmel af.
Rechters
Advocaten
- E.J. van Gils
- F.M. van Lenthe
- J. Sanders
- J.M. van de Poll
- J.W. van Rijkom
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
