ECLI:NL:GHDHA:2014:48
Gerechtshof Den Haag · 20-01-2014 · zaaknummer 22002190-13
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan grove belediging van een ambtenaar in functie en hij heeft zich verzet bij zijn aanhouding Het hof ziet in hetgeen door de raadsman namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht omtrent de tenuitvoerlegging van de machtigingen tot gijzeling en tot binnentreden, geen aanleiding voor strafmatiging. Voor de betreffende politieambtenaren bestond geen verplichting om de verdachte, die op geen enkel schriftelijk bericht van (onder meer) het CJIB had gereageerd, in de gelegenheid te stellen eerst geld te gaan pinnen. Het is niet aan het hof te treden in de beoordeling van de vraag of de machtiging tot gijzeling door de kantonrechter terecht is afgegeven. Het hof constateert wel dat de gijzelingsbevoegdheid een sluitstuk vormt van de handhavingsinstrumenten van de verkeersordening. Het hof vermag niet in te zien dat gebruikmaking van deze machtiging en van de machtiging tot binnentreden enig verzuim oplevert waar strafvermindering tegenover zou moeten staan. Dat geldt ook voor de gebruikmaking van pepperspray toen de verdachte zich opnieuw tegen de betreffende verbalisant keerde.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[naam verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
