ECLI:NL:GHDHA:2014:3625
Gerechtshof Den Haag · 12-11-2014 · zaaknummer 200.154.897-01
Inhoudsindicatie
Uithuisplaatsing. Er is voldaan aan de vereisten die de wet stelt aan inmenging in het gezinsleven zoals beschreven in artikel 8, tweede lid, EVRM, zodat geen sprake is van schending van artkel 8 EVRM. De indicatiebesluiten zijn ondertekend door Jeugdzorgmedewerkers die daartoe formeel niet bevoegd waren. De indicatiebesluiten worden met toepassing van 6:22 Awb in stand gelaten. De hersteltermijn die is gegeven in eerste aanleg is - gelet op de aard van de zaak en artikel 6 EVRM - onredelijk lang. De hersteltermijn had maximaal twee weken mogen bedragen. Er bestaan al jaren lang grote zorgen over de ontwikkeling van de minderjarigen, zodat de uithuisplaatsing nog immer noodzakelijk is.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- J. Ermers
- M. Erkens
- P. Huinders
- R.W. de Gruijl
- U. Altintas
Partijen
Stichting Bureau Jeugdzorg te Rotterdam
verweerster · bedrijf
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
