ECLI:NL:GHDHA:2013:5407
Gerechtshof Den Haag · 18-09-2013 · zaaknummer 22-004787-10
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen het slachtoffer. Het hof stelt vast dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De rechtbank heeft hier al rekening mee gehouden bij de strafoplegging. Verder constateert het hof dat de behandeling van de zaak in hoger beroep niet heeft plaatsgevonden binnen een termijn van twee jaren. Het hof volstaat met de constatering van de overschrijdingen. Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
