ECLI:NL:GHDHA:2013:5398
Gerechtshof Den Haag · 14-11-2013 · zaaknummer 001835-13
Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek. Afwijzing. Veronderstellenderwijs gedane mededeling van de voorzitter dat de indruk bestaat dat de verzoeker met het verzoek om uitstel van de zitting de procedure wil traineren, zoals door de raadsman van de verzoeker en de verzoeker gesteld, levert geen uitzonderlijke omstandigheid op waardoor de vrees objectief gerechtvaardigd is dat de rechterlijke onpartijdigheid in het geding is gekomen. Ook de afwijzing van het verzoek om uitstel is geen grond voor wraking. Een dergelijke grond bestaat alleen wanneer die beslissing of de motivering daarvan als zodanig een feit oplevert waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. De enkele omstandigheid dat verzoeker het niet eens is met de beslissing van de gewraakte kamer levert geen grond op voor wraking. Wraking is immers geen (verkapt) rechtsmiddel voor het ter discussie stellen van een onjuiste of onwelgevallige beslissing.
Advocaten
- H.C. Grootveld
- H.H.J. Knol
- J.C.F. van Gelder
- Mr. R. van den Boogert
- P.M. Zandhuis
- R. van den Boogert
- S. van Dissel
- T.E. van der Spoel
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
