ECLI:NL:GHDHA:2013:4032
Gerechtshof Den Haag · 01-11-2013 · zaaknummer 200.135.774
Inhoudsindicatie
De Rotterdamse voorzieningenrechter heeft in eerste aanleg op 16 oktober 2013 beslist dat het kind met de grootouders naar Suriname terug moet. Het hof heeft partijen op 23 oktober 2013 naar de mediator verwezen en toen voorlopig beslist dat het kind in afwachting van de uitkomst van de mediation in Nederland zou blijven. De mediation heeft partijen niet nader tot elkaar gebracht. De minderjarige mag de uitspraak van het Amsterdamse gerechtshof,over de vraag of zijn vader het gezag krijgt, in Nederland afwachten. Deze zaak zal binnen afzienbare tijd worden behandeld. In beginsel is de vader de aangewezen persoon om de minderjarige te verzorgen en op te voeden, tenzij hij daartoe ongeschikt is. Juist dat laatste kan alleen door onderzoek worden vastgesteld. De Raad voor de kinderbescherming kan dat onderzoek nu uitvoeren, omdat de minderjarige in Nederland bij zijn vader is. Het hof Amsterdam zou dan op basis van de uitkomsten van dat onderzoek kunnen beslissen over het gezag.
Advocaten
- A.M.C. van Bremen
- M.T.N. Whiterod
- N. Dors
- P. van Daalen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
