ECLI:NL:GHARN:2012:BY7768
Gerechtshof Arnhem · 03-12-2012 · zaaknummer P12/0261
Inhoudsindicatie
Opmerking ten overvloede van het hof. Het huidige vreemdelingenbeleid van de Nederlandse overheid wringt in deze zaak met art. 5 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Gelet op de status van ongewenst vreemdeling van de terbeschikkinggestelde wordt in de praktijk geen machtiging tot enige vorm van verlof verleend, niet als een voorbereiding op terugkeer in de samenleving én niet op humanitaire gronden. Beëindiging van de terbeschikkingstelling zonder meer stuit evenwel af op het recidivegevaar hier te lande alsmede op het gebrek aan een passende voorziening in (land van herkomst), indien betrokkene al toegang krijgt tot dat land. De terbeschikkinggestelde heeft een verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring ingediend bij de IND. Daarmee bestaat er nog de mogelijkheid van een voortgezet verblijf na een (mogelijke) opheffing van de ongewenstverklaring. Ook is niet uitgesloten dat de staatssecretaris of minister van justitie in de toekomst ten aanzien van deze problematiek een gewijzigd standpunt zal innemen. Voor de terbeschikkinggestelde is daardoor thans nog enig perspectief aanwezig.
Advocaten
- A.A. Schut
- D.A.H. Adriaanse
- H. Ruijters
- L.S.Th
- P. de Jong
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
