Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHARN:2012:BY4601

Gerechtshof Arnhem · 13-11-2012 · zaaknummer 200.088.979

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

3:310, 6:80, 6:104, 7:333 en 7:334 BW Melkquotum; verjaring; pachtprijs. Pachter verkoopt melkquotum tijdens de looptijd van de pachtovereenkomst. De door verpachters ingestelde vordering strekt tot vergoeding van schade in de zin van art. 3:310 BW. Volgens die bepaling gaat de verjaringstermijn van vijf jaar lopen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Volgens pachter is 14 september 2001 het moment waarop de rechtsvoorgangster van verpachters met de schade en de aansprakelijke partij bekend is geworden. Dat is niet juist omdat toen slechts een klein gedeelte van het melkquotum is verkocht en er na die verkoop nog altijd meer quotum resteerde dan met het verpachte samenhing. Door de pachtkamer in eerste aanleg is toegewezen de wettelijke rente vanaf 29 december 2008 over het volledige ter zake van het quotum toegewezen bedrag. Volgens verpachters moet de ingangsdatum van de wettelijke rente deels 14 september 2001 en deels november 2004 zijn, zijnde de data van verkoop van het quotum. De grief faalt. Volgens het tweede lid van art. 6:80 BW blijft het oorspronkelijke tijdstip van opeisbaarheid gelden voor de verschuldigdheid van schadevergoeding wegens vertraging. Dat oorspronkelijke tijdstip van opeisbaarheid is het einde van de pacht. Er is dus niet reeds wettelijke rente verschuldigd vanaf de respectieve data van verkoop van het quotum. Pachter betoogt dat er geen sprake is van schade aan de zijde van verpachters, omdat voor de omvang van de schade gekeken moet worden naar de waarde van het quotum bij gelegenheid van het (reguliere) einde van de pacht, terwijl aannemelijk is dat tegen die tijd het melkquotum geen waarde meer zal hebben. Dit betoog is onjuist. Mede tegen de achtergrond van het beginsel zoals dat ten grondslag ligt aan de bepaling van art. 6:104 BW, is het met de aard van de schade in overeenstemming om in een geval als het onderhavige de schade te begroten op 50% van de door de pachter behaalde verkoopopbrengst, voor zover toe te rekenen aan het gedeelte van het melkquotum dat met het verpachte samenhangt. Wat betreft de omvang van het bedrijf in het referentiejaar 1983 gaat het hof tot op tegenbewijs uit van de inhoud van de meitellinggevens. Diverse beslissingen over (van rechtswege herziene) pachtprijs.

Advocaten

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

  • [geïntimeerde]

    geïntimeerde · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.