ECLI:NL:GHARN:2012:BY3549
Gerechtshof Arnhem · 19-11-2012 · zaaknummer 21-000002-12
Inhoudsindicatie
De raadsman van verdachte heeft in hoger beroep de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie bepleit ten aanzien van het onder parketnummer 05-700535-11 tenlastegelegde omdat tijdens het voorbereidend onderzoek in de zaak sprake is geweest van - onherstelbare - vormverzuimen in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Voor de beoordeling van het verweer is van belang of er sprake is geweest van een zodanig ernstige schending van beginselen van een behoorlijke procesorde, dat dit tot niet-ontvankelijkheidverklaring van het Openbaar Ministerie dient te leiden (HR 19 december 1995, NJ 1996/249, “Zwolsman”). Een dergelijke sanctie komt eerst dan aan de orde indien sprake is van ernstige inbreuken op beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. 1 Uit het dossier blijkt, onder meer uit het "Verbatim"-verhoor van getuige [naam getuige] van 30 juni 2011 en het verhoor van die getuige bij de rechter-commissaris op 10 augustus 2011 dat [naam getuige] uit zichzelf naar de politie is gegaan om zijn verhaal te doen. Het feit dat daaraan voorafgaand mogelijk sprake is geweest van telefonisch contact - als aangevoerd door de raadsman - doet daar naar het oordeel van het hof niet aan af. Het hof volgt de raadsman in zoverre in zijn betoog dat de politie alvorens deze getuige te horen contact had moeten opnemen met de verdediging en de rechter-commissaris om hen in kennis te stellen van het naderende verhoor zodat de raadsman bij het verhoor aanwezig had kunnen zijn en de rechter-commissaris ervan op de hoogte was. In dit opzicht is sprake van een vormverzuim. Het hof ziet echter geen reden om te oordelen dat met dit verzuim doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat tijdens de procedure in hoger beroep de verantwoordelijk zaaksofficier bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat het geenszins de bedoeling was dat [naam getuige] – toen hij zich bij de politie meldde – zou worden gehoord, in die zin dat de politie hem (aanvullende) vragen zou stellen. Volgens de zaaksofficier was het de bedoeling dat de politie [naam getuige] alleen maar zijn verhaal zou laten doen. Voorts is getuige [naam getuige] in opdracht van het hof nogmaals bij de rechter-commissaris gehoord in aanwezigheid van de verdediging, zodat naar het oordeel van het hof er geen sprake van is dat verdachte nadeel heeft ondervonden. Gelet op het voorgaande volstaat het hof met de constatering dat sprake is geweest van een vormverzuim. Ten aanzien van de getuige [naam getuige] geldt dat uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant Westerhof blijkt dat ook deze getuige zichzelf bij de politie meldde, bij welke gelegenheid hij spontaan enkele mededelingen deed omtrent de zaak. Ten aanzien van [naam getuige] geldt dat deze op 6 juli 2011 als verdachte werd gehoord in het kader van het onderzoek met betrekking tot een ander feit dan het feit waarvoor verdachte was aangehouden, te weten de beschadiging van een auto. Weliswaar is sprake van samenhang tussen de verschillende zaken, echter het hof volgt niet de stelling van de raadsman dat de verdediging louter om die reden van het verhoor van [naam getuige] op de hoogte had moeten worden gesteld. Het hof is van oordeel dat hier geen sprake is van een vormverzuim. 2 Het hof volgt de raadsman in zoverre in zijn betoog dat de wijze waarop het verhoor van de getuige [naam getuige] is afgenomen ongepast is. Nadat de getuige zijn verhaal had verteld, heeft de verbalisant vragen gesteld en informatie verstrekt. In dit opzicht is sprake van een vormverzuim. Het hof volstaat met de vaststelling daarvan, nu niet is gebleken dat de getuige zijn verklaring naar aanleiding van de vragen en/of informatie heeft bijgesteld. Aan het recht van verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak is daarom niet tekortgedaan. Bovendien is getuige [naam getuige] zowel tijdens de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep opnieuw gehoord bij de rechter-commissaris in aanwezigheid van de verdediging, waarbij de raadsman in de gelegenheid is gesteld om vragen te stellen. De getuige is bij zijn aanvankelijke verklaring gebleven. 3 Zowel tijdens de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep is sprake geweest van een verwijzing naar de rechter-commissaris teneinde op verzoek van de verdediging getuigen te horen om het relaas van verdachte te kunnen toetsen. Gelet hierop is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat geen sprake is van een procedure waarbij alternatieve scenario's niet serieus zijn genomen. Bij de beoordeling van het verweer heeft het hof rekening gehouden met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat door het verzuim is veroorzaakt.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
