ECLI:NL:GHARN:2012:BY1274
Gerechtshof Arnhem · 20-09-2012 · zaaknummer 200.108.861
Inhoudsindicatie
Zin in het inleidend verzoekschrift van de stichting bevat de verklaring die lid 4 van artikel 29b Wjz voorschrijft (dat zich een geval als bedoeld in het derde lid van artikel 29b WJZ voordoet). Dat sprake moet zijn van een aparte verklaring of van een ander vormvereiste, schrijft de Wjz niet voor en volgt evenmin uit de memorie van toelichting op de Wjz (Tweede Kamer 2005-2006, 30644). Dat tussen het onderzoek (verklaring gedragswetenschapper van 29 februari 2012) en het inleidend verzoek (20 april 2012) ruim zes weken zit, betekent niet dat appellant niet ‘kort tevoren’ is onderzocht. In de wet wordt geen nadere termijn gesteld voor de invulling van het begrip ‘kort tevoren’. De wetgever heeft het van belang geacht dat de actualiteitswaarde van het advies van de gedragswetenschapper hoog is. Dat kan per situatie verschillen. Het stellen van een termijn zou aan de actualiteitswaarde van het advies juist afbreuk kunnen doen en bovendien leiden tot onnodige bureaucratie in geval een advies net buiten een gestelde termijn is gegeven.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
