ECLI:NL:GHARN:2012:BW8742
Gerechtshof Arnhem · 31-05-2012 · zaaknummer 200.097.696
Inhoudsindicatie
Geen gemeenschappelijke nationaliteit ingevolge art. 6 lid 3 WCA; nu zowel de man als de moeder zijn respectievelijk haar gewone verblijfplaats in Nederland hebben, is Nederlands recht van toepassing. Gelet op processuele houding van de man en zijn verklaring bij de bijzonder curator voldoende aanknopingspunten om voorshands ervan te kunnen uitgaan dat hij de vader is van het kind. Man biedt geen tegenbewijs aan; verzoek van de moeder tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap moet worden toegewezen. DNA onderzoek is verankerd in het Nederlandse recht en dergelijk onderzoek kan zonder enige nadere onderbouwing, die evenwel ontbreekt, niet als te ingrijpend worden beschouwd. Belang van het kind om te weten wie zijn biologische vader is, weegt zwaarden dan belang van de man om geen DNA onderzoek te gelasten.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- C.A.Th
- J.R.A. Röschlau
- Mr. E. van Asbeck-Plemp van Duiveland
- R. van Weegen
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
