ECLI:NL:GHARN:2012:BW6208
Gerechtshof Arnhem · 20-04-2012 · zaaknummer 21.002611-11
Inhoudsindicatie
Vrijspraak. Verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij als bestuurder van een personenauto (met hoge snelheid) is weggereden, terwijl een politiebeambte zich met haar bovenlichaam door het geopende (portier)raam van die auto bevond. Primair is dit tenlastegelegd als poging tot doodslag, subsidiair als een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Niet is komen vast te staan dat verdachte de aanmerkelijke kans op het overlijden van het slachtoffer bewust heeft aanvaard waarmee het (voorwaardelijk) opzet, gericht op de dood van het slachtoffer, niet wettig en overtuigend is bewezen. Het hof acht, anders dan de rechtbank, het subsidiair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Het hof is van oordeel dat gelet de discrepanties in de verschillende getuigenverklaringen en de discrepanties in de onderlinge verklaringen van aangeefster zelf dusdanig van aard zijn dat hierdoor geen helderheid is verschaft over hoe de feitelijke situatie precies is geweest. Dat het tenlastegelegde op deze wijze gebeurd is, volgt dan ook niet boven redelijke twijfel uit de bewijsmiddelen. Dit betekent dat het hof verdachte zal vrijspreken nu er ook geen enkel alternatief is tenlastegelegd.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
