ECLI:NL:GHARN:2012:BW5231
Gerechtshof Arnhem · 03-04-2012 · zaaknummer 200.102.894/01
Inhoudsindicatie
De wrakingskamer wijst af het verzoek om de behandeling van de wraking door te zenden naar de wrakingskamer van het gerechtshof te Arnhem, nu er geen sprake is van een zeer bijzonder geval zoals bedoeld in onderdeel 5.3 van het wrakingsprotocol. De wrakingskamer wijst ook af het verzoek om de behandeling van de wraking aan te houden om de gewraakte raadsheren te horen. Noch uit de wet, noch uit het wrakingsprotocol volgt een verplichting voor de gewraakte raadsheren om schriftelijk dan wel mondeling een toelichting te geven omtrent hun niet-berusten in het wrakingsverzoek. Nu de wrakingskamer zich bovendien voldoende voorgelicht acht omtrent het wrakingsverzoek en de gronden waarop dit verzoek is gestoeld, wordt ook dit verzoek afgewezen. Het wrakingsverzoek ziet met name op de beslissingen zoals neergelegd door de strafkamer in een tussenarrest. Uit deze beslissingen blijkt volgens verzoekster de vooringenomenheid van het hof. De door verzoekster ter onderbouwing van het wrakingsverzoek aangedragen argumenten raken noch de subjectieve, noch de objectieve onpartijdigheid van de gewraakte raadsheren. De in de ogen van verzoekster onjuiste processuele beslissingen van de raadsheren kunnen in beginsel niet leiden tot het oordeel dat de rechters partijdig zijn of de schijn van partijdigheid hebben opgeroepen; de beoordeling van de juistheid van die beslissingen behoort primair tot de bevoegdheid van de behandelende strafkamer en kan na aanwending van een rechtsmiddel (in dit geval) in cassatie worden getoetst. Dit kan slechts anders zijn indien die beslissingen - gelet op alle omstandigheden van het geval - dermate onbegrijpelijk zijn, dat zij een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees van verzoekster voor partijdigheid van de raadsheren objectief gerechtvaardigd is. De door verzoekster aan de kaak gestelde processuele beslissingen van de raadsheren, waaruit volgens haar hun partijdigheid blijkt, zijn naar het oordeel van de wrakingskamer niet dermate onbegrijpelijk dat daaruit de gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid kan worden gedestilleerd. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.
Advocaten
- A.M.C.J. Baaijens
- J.B.H.M. Simmelink
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
