ECLI:NL:GHARN:2012:BV3446
Gerechtshof Arnhem · 12-01-2012 · zaaknummer 21-001219-11
Inhoudsindicatie
‘Beoordeling verbindendheid art. 10 lid 1 Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht (APV Utrecht). Geen strijd met hogere regeling nu het betreffende verbod in de APV een ander doel dient dan de Opiumwet. Art. 10 lid 1 APV Utrecht behelst een regeling omtrent (de voorbereiding) van het gebruik van verdovende middelen. Er is echter geen sprake van een rechtstreeks verbod op het aanwezig hebben van de middelen die vallen onder de Opiumwet. Hoewel er in sommige gevallen een overlapping met de Opiumwet kan ontstaan, is deze bepaling door zijn formulering ruimer, aangezien zij mede ziet op de voorbereiding en niet enkel op het ‘voltooide’ delict. Derhalve is er geen sprake van een juridische overlapping met de Opiumwet. Het hof ziet geen aanleiding om art. 10 lid 1 APV Utrecht onverbindend te verklaren.
Rechters
Advocaten
- A.H.J.M. Damen
- M. Kolkman
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
