ECLI:NL:GHARN:2011:1766
Gerechtshof Arnhem · 19-07-2011 · zaaknummer 200.013.982
Inhoudsindicatie
Beroep op vernietiging van een overeenkomst van geldlening wegens ontbreken van toestemming van de echtgenotes van de geldnemers op de voet van art. 1:88 en 1:89 BW. Uit rechtspraak van de Hoge Raad over dit onderwerp wordt afgeleid dat het in beginsel niet mogelijk is om niet in artikel 1:88 lid 1 onder c BW omschreven overeenkomsten onder het bereik daarvan te brengen op de grond dat deze materieel dezelfde strekking hebben en/of evenzeer nadelig voor de andere echtgenoot zijn als de in de wet genoemde overeenkomsten. Voor het maken van een uitzondering hierop is niet voldoende dat de direct betrokkenen - de geldgever, de formele geldnemer en de werkelijke geldnemer - bewust hebben ingestemd met een constructie die materieel gelijk staat met een in artikel 1:88 lid 1 onder c BW genoemde. Voor een dergelijke uitzondering zou wel plaats kunnen zijn wanneer de constructie de strekking heeft om de ingevolge artikel 1:88 BW vereiste toestemming te ontgaan. In dit geval is daarvan echter niet gebleken.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
