ECLI:NL:GHARN:2007:BC9305
Gerechtshof Arnhem · 21-08-2007 · zaaknummer 2004/1038
Inhoudsindicatie
De vordering van T & M, die gebaseerd is op het instaan door [geïntimeerde] voor de volmacht, kan naar het oordeel van het hof niet onder één van de hierboven genoemde begrippen (verbintenis uit overeenkomst of uit onrechtmatige daad) geschaard worden: niet gezegd kan worden dat het instaan voor de volmacht door de pseudo-gevolmachtigde los staat van of “geen verband houdt met een verbintenis uit overeenkomst” (rov. 21 HvJ EG) en daarom als een verbintenis uit onrechtmatige daad in de zin van art. 5 sub 3 EEX-Vo verstaan moet worden. Immers, de aansprakelijkheid van de pseudo-vertegenwoordiger (hier: [geïntimeerde]) tegenover de derde (hier: T & M) kan in dit geval niet lós gezien worden van de ingeroepen verbintenis (de koopovereenkomst) zelf. Feiten of omstandigheden die een zelfstandige grondslag zouden kunnen vormen voor een vordering uit onrechtmatige daad wegens het ontbreken van een volmacht (vgl. HR 31 januari 1997, NJ 1998, 704), zijn door [geïntimeerde] echter niet gesteld en overigens ook niet gebleken. Verder kan niet gezegd worden dat er hier – door onbevoegde vertegenwoordiging – een overeenkomst (tussen T & M en [geïntimeerde]) tot stand is gekomen, hooguit een bindingssanctie. Dit betekent dat het instaan voor een volmacht niet als “verbintenis uit overeenkomst” in de zin van art. 5 sub 1a EEX-Vo kan worden aangemerkt.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
