ECLI:NL:GHARN:2007:BC2978
Gerechtshof Arnhem · 06-11-2007 · zaaknummer 2006/1037
Inhoudsindicatie
[geïntimeerde] voert als enig verweer aan dat de huurovereenkomst van de woning één geheel vormt met de huur van een aangrenzend stuk grond achter de woning. Dit verweer heeft de kantonrechter verworpen in een tweede vonnis tussen partijen van dezelfde datum. De kantonrechter heeft vervolgens de vordering afgewezen en [geïntimeerde] veroordeeld in de kosten, op grond dat [geïntimeerde] de vordering heeft ingesteld voor het geval in rechte mocht worden geoordeeld dat het perceel grond achter de woning deel uitmaakt van de huurovereenkomst van de woning. De kantonrechter overwoog dat, nu hij had beslist dat de grond geen deel uitmaakt van die huurovereenkomst, [geïntimeerde] geen belang bij de vordering had. Beide partijen zijn het erover eens dat De Goede Woning de vordering niet voorwaardelijk heeft ingesteld, anders dan de kantonrechter heeft overwogen. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter, nu deze het standpunt van [geïntimeerde] dat de grond deel uitmaakt van de huur van de woning had verworpen, de vordering, die overigens onbestreden is, had behoren toe te wijzen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
