Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHARN:2007:BB8274

Gerechtshof Arnhem · 30-10-2007 · zaaknummer 0700327

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Grief 2 richt zich tegen de beslissing van de kantonrechter dat [appellante] geen spoedeisend belang heeft bij de door haar met betrekking tot de woning verlangde voorzieningen. In grief 3 betoogt [appellante] dat zij ten onrechte niet ontvankelijk is verklaard in haar vorderingen en ten onrechte is veroordeeld in de proceskosten. Het hof zal de grieven gezamenlijk behandelen. Het hof stelt vast dat geen grief is opgeworpen tegen de beslissing van de kantonrechter dat een voorziening met betrekking tot kinderalimentatie niet in kort geding kan worden getroffen. Dat brengt mede dat deze - overigens volstrekt juiste - beslissing in hoger beroep geen onderwerp van discussie meer is. Gelet op de formulering van de eis in hoger beroep, is thans enkel de in eerste aanleg uitgesproken kostencompensatie en - daaraan gekoppeld - de uit te spreken beslissing omtrent de kosten van de appelprocedure nog onderwerp van geschil. Het hof zal daarom de grieven 2 en 3 bezien tegen de achtergrond van de vraag of de kantonrechter, indien deze was uitgegaan van de juiste datum van vertrek van [appellante] uit de voordien gemeenschappelijk door partijen bewoonde woning, een juiste beslissing heeft genomen ten aanzien van de kosten van de procedure in eerste aanleg. Nu [appellante] in eerste aanleg stelde, samen met het kind, in een onmogelijke woonsituatie te verkeren en zij haar vordering ongeveer vier maanden na het verlaten van de woning heeft ingesteld, derhalve ruim binnen de zes maanden termijn als bedoeld in het samenlevingscontract) had zij voldoende spoedeisend belang bij de door haar gevorderde voorziening(en), zodat grief 2 doel treft. Gelet op hetgeen hiervoor onder 8 is overwogen, behoeven de in eerste aanleg gevorderde voorzieningen geen inhoudelijke beoordeling. In de regel wordt - op voet van het bepaalde in lid 1 van artikel 237 Rv - in de situatie dat partijen hebben samengewoond en een affectieve relatie hebben gehad waaruit een kind is geboren, aanleiding gevonden de kosten volledig te compenseren. Nu er geen feiten en omstandigheden zijn gesteld of gebleken welke tot afwijking van dit uitgangspunt nopen, is het hof van oordeel dat grief 3 terecht is voorgesteld, zodat het hof de kosten in eerste aanleg alsnog zal compenseren.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellante]

    appellante · onbekend

  • [geïntimeerde]

    geïntimeerde · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.