ECLI:NL:GHARN:2007:BA9558
Gerechtshof Arnhem · 26-06-2007 · zaaknummer 2006/523
Inhoudsindicatie
Met betrekking tot de vraag of de werkgever verplicht is de werknemer in staat te stellen de overeengekomen arbeid te verrichten, heeft de wetgever geen algemene regel willen stellen. Het antwoord op die vraag hangt - in het kader van de in artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek (BW) (1638z BW-oud) omschreven algemene verplichting zich als “goed werkgever te gedragen” - af van de aard van de dienstbetrekking, van de overeengekomen arbeid alsmede van de bijzondere omstandigheden van elk geval. Ook indien het hof ervan zou uitgaan, zoals [appellant] heeft gesteld en Hak gemotiveerd heeft weersproken, dat a. het draaien van consignatiediensten onderdeel is geworden van de functie van [appellant], dan wel van de inhoud van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst en b. Hak zich niet de vrijheid heeft voorbehouden de samenstelling van de - in de praktijk - vaste groep in de storingsdienst werkzame medewerkers te wijzigen, is Hak met inachtneming van de hiervoor vermelde toetsing aan artikel 7:611 BW, niet verplicht [appellant] de door hem gevorderde consignatiediensten aan te bieden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
