ECLI:NL:GHARN:2007:BA9538
Gerechtshof Arnhem · 10-07-2007 · zaaknummer 0600551
Inhoudsindicatie
Met betrekking tot het onderhavige beroep op de vernietigingsgrond overweegt het hof dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat een uitzondering dient te worden gemaakt op de hoofdregel van artikel 150 lid 1 Rv, welke zou meebrengen dat [appellant] dient te stellen en, zo nodig, te bewijzen dat de overeengekomen voorwaarden niet voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan haar zijn ter hand zijn gesteld. C-Mark beroept zich er immers op dat zij aan de in dat opzicht op haar rustende verplichting heeft voldaan en een andere verdeling van de bewijslast zou al te zeer afbreuk doen aan de beschermingsgedachte van artikel 6:233/234 BW. Feitelijk voert zij in dat verband aan dat zij in 1996 [appellant] een exemplaar heeft toegezonden van de voorwaarden waarop zij zich thans beroept. Daarmee heeft C-Mark in zoverre aan haar stelplicht voldaan dat met ter hand stellen inderdaad het vooraf toezenden gelijk dient te worden gesteld. Dit veronderstelt echter wel dat [appellant] een redelijke mogelijkheid heeft gehad van de AV kennis te nemen. Dat laatste heeft deze partij bestreden met het verweer dat zij die voorwaarden nooit heeft ontvangen. Dientengevolge rust op C-Mark eveneens de plicht te bewijzen dat de AV waar zij zich op beroept [appellant] hebben bereikt in de in artikel 3:37 BW bedoelde zin. Nu zij in dat opzicht slechts heeft aangevoerd dat de AV aan [appellant] net als aan al haar andere klanten (afzonderlijk) in 1996 zijn toegezonden, moet worden geconcludeerd dat C-Mark aan dit onderdeel van haar stelplicht niet heeft voldaan, zodat aan bewijslevering niet kan worden toegekomen. Mitsdien moet er in rechte van worden uitgegaan dat [appellant] geen redelijke mogelijkheid heeft gehad van de AV kennis te nemen en slaagt op grond daarvan haar beroep op vernietiging van die AV.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
