ECLI:NL:GHARN:2007:BA9522
Gerechtshof Arnhem · 26-06-2007 · zaaknummer 2006/698
Inhoudsindicatie
Het hof verenigt zich met het oordeel van de rechtbank in het vonnis van 14 januari 2004 onder 3.3 dat [appellant] als eigenaar op grond van artikel 3 lid 4 van de algemene voorwaarden verplicht is zich te onthouden van het hebben van bomen die op enig moment wat betreft de hoogte onvoldoende afstand zouden houden van de hoogspanningslijnen, en dat [appellant] die bomen (dat wil dus zeggen bomen die op enig moment een zodanige hoogte bereiken dat de afstand tussen de boomtoppen en de hoogspanningslijnen zo klein werd dat de bomen gevaar opleverden voor het ongestoorde transport van elektriciteit) daar niet had mogen houden. Voor zover Edon heeft betoogd [..] dat [appellant] (in het geheel) geen bomen mocht planten of in stand mocht houden onder de hoogspanningslijn, vindt dit standpunt geen steun in de tekst van [..] de algemene voorwaarden of in de akte van vestiging van het zakelijk recht van (de rechtsvoorganger van) Edon [..]. Op grond van artikel 3:314 lid 1 BW begint de termijn van verjaring van een rechtsvordering tot opheffing van een onrechtmatige toestand met de aanvang van de dag die volgt op de dag waarop de onmiddellijke opheffing van die toestand kan worden gevorderd. In het onderhavige geval is het hof, evenals kennelijk Edon, van oordeel dat het hebben van bomen op de betrokken percelen eerst als onrechtmatige toestand kan worden aangemerkt vanaf het tijdstip dat de afstand tussen de (toppen van de) bomen korter is dan drie meter (zie onder 4.7). [appellant] heeft niet gesteld (en het hof acht ook niet aannemelijk) dat deze toestand meer dan twintig jaar (zijnde de toepasselijke verjaringstermijn op grond van artikel 3:306 BW) heeft bestaan voordat Edon de bomen liet kappen. Voor zover [appellant] heeft bedoeld te stellen dat de verjaring reeds in 1974 is gestart omdat de onrechtmatige toestand bestond in het hebben van bomen die in de toekomst als gevolg van groei in de hoogte (mogelijk) te dicht (minder dan drie meter) bij de hoogspanningsleiding zouden komen, volgt het hof hem daarin niet gelet op hetgeen onder 4.7 is overwogen omtrent de inhoud van het zakelijk recht van Edon. Gegrondheid van deze stelling zou overigens een onaanvaardbare rechtsonzekerheid opleveren ten aanzien van de aanvang van de verjaringstermijn, nu van tevoren niet zonder meer valt te voorzien of een boom een zodanige lengte zal krijgen dat de afstand van (de top van) die boom tot de hoogspanningsleiding te kort wordt.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
