ECLI:NL:GHARN:2007:BA9376
Gerechtshof Arnhem · 19-06-2007 · zaaknummer 2006/335
Inhoudsindicatie
Het hof is van oordeel dat [geïntimeerde] geen beroep op artikel 3:86 lid 3 BW toekomt, nu [geïntimeerde] de hoogwerker niet binnen de in dat artikel gestelde termijn van drie jaar als zijn eigendom heeft opgeëist en niet is gebleken dat [geïntimeerde] deze termijn tijdig heeft gestuit. Alhoewel [appellanten] zich er niet op beroepen dat de termijn niet tijdig gestuit is, dient het hof dit ambtshalve te toetsen, nu de in artikel 3:86 lid 3 BW opgenomen termijn een vervaltermijn is. Deze vervaltermijn kan uitsluitend tijdig gestuit worden door erkenning in de zin van artikel 3:318 BW dan wel door het instellen van een eis in rechte of een andere daad van rechtsvervolging als bedoeld in artikel 3:316 lid 1 BW en derhalve niet door middel van een schriftelijke aanmaning als bedoeld in artikel 3:317 BW. Dit vloeit voort uit het feit dat artikel 3:86 lid 4 BW uitsluitend verwijst naar de artikelen 3:316 BW, 3:318 BW en 3:319 BW en niet naar artikel 3:317 BW. Blijkens de parlementaire geschiedenis van artikel 3:86 lid 4 is artikel 3:317 BW “buiten deze verwijzing gehouden, nu (…) lid 2 niet strookt met de rechtszekerheid met het oog waarop hier nu juist een vervaltermijn is gekozen”. De brief van 6 oktober 2004 respectievelijk het faxbericht van 8 oktober 2004, waarin [geïntimeerde] de hoogwerker opeist, zijn geen stuitingshandelingen in de zin van de artikelen 3:316 en 3:318 BW. Gelet op het feit dat de inleidende dagvaarding ruim drie jaar na de diefstal is uitgebracht en gesteld noch gebleken is dat de vervaltermijn op de in artikel 3:316 en artikel 3:318 BW bedoelde wijze is gestuit, is de vervaltermijn niet tijdig gestuit en derhalve verstreken. [..] Al met al is het hof van oordeel dat niet is komen vast te staan dat [appellant] van een beschikkingsbevoegde heeft verkregen en dat [appellanten] geen beroep op de bescherming van 3:86 lid1 BW toekomt. Nu sinds de diefstal nog geen twintig jaar zijn verstreken, is [geïntimeerde] gerechtigd de hoogwerker op grond van artikel 5:2 BW terug te vorderen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
