ECLI:NL:GHARN:2007:BA9132
Gerechtshof Arnhem · 12-06-2007 · zaaknummer 2006/063
Inhoudsindicatie
Samenloop van de vorderingen op grond van artikel 7: 681 en 7: 658 BW. Het hof stelt voorop dat bij samenloop van verschillende regelingen in beginsel beide regelingen van toepassing zijn (cumulatie). Kunnen de rechtsgevolgen van de ene regeling niet gelijktijdig intreden met die van de andere regeling dan heeft de gerechtigde de keuze tussen beide regelingen (alternativiteit). Dit een en ander lijdt slechts uitzondering, indien de wet voorschrijft of onvermijdelijk meebrengt dat toepasselijkheid van de ene regeling toepasselijkheid van de andere regeling uitsluit (exclusiviteit). [..] Anders dan Roto Smeets heeft aangevoerd, is het hof van oordeel dat in dit geval de artikelen 7: 681 BW en 7: 658 BW naast elkaar kunnen worden toegepast. Geen van deze artikelen verplicht [appellant] een keuze te maken en zijn vordering op (slechts) een van deze artikelen te baseren. Noch uit artikel 7:681 BW noch uit artikel 7: 658 BW kan worden afgeleid dat toepassing van artikel 7: 658 BW de toepasselijkheid van artikel 7: 681 BW uitsluit. Evenmin brengen de hiervoor vermelde wetsartikelen onvermijdelijk mee dat artikel 7: 658 BW ten opzichte van artikel 7: 681 BW als een lex specialis dient te worden beschouwd. Het hof neemt hierbij in aanmerking a. de aard van de in artikel 7: 681 BW vermelde schadevergoeding, die naar billijkheid, rekening houdende met alle omstandigheden van het geval, dient te worden vastgesteld b. de omstandigheid dat niet alleen de financiële gevolgen van de beëindiging van het dienstverband bepalend zijn voor de vraag of het ontslag kennelijk onredelijk is en c. de aard van de in artikel 7: 658 BW vermelde aansprakelijkheid en de in dat artikel gestelde eisen voor toewijzing van een op dat artikel gebaseerde schadevergoeding, met name de “verwijtbaarheid” van de werkgever [..]. Opzegging arbeidsovereenkomst. Het hof stelt voorop dat de rechter zelfstandig moet beslissen over de vraag of de werkgever de dienstbetrekking kennelijk onredelijk heeft doen eindigen en bij de beantwoording van deze vraag alle over en weer voor hem aangevoerde argumenten op hun relevantie dient te onderzoeken, ongeacht of zij reeds ter sprake zijn gebracht bij de behandeling van het verzoek ter verkrijging van een ontslagvergunning. Het hof is van oordeel dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Roto Smeets per 29 maart 2004, om reden dat [appellant] drie jaar arbeidsongeschikt was, kennelijk onredelijk zou kunnen zijn, indien -allereerst- komt vast te staan dat [appellant] gedurende zijn dienstverband bij Roto Smeets aan het Organo-Psycho-Syndroom (hierna: OPS) is gaan lijden en arbeidsongeschikt is geworden. Roto Smeets heeft niet bestreden dat [appellant] tijdens zijn dienstverband is bloot gesteld aan oplosmiddelen. Voorts zijn partijen het er over eens dat blootstelling aan oplosmiddelen kan leiden tot schade aan de gezondheid, zoals OPS. [..] Op grond van hetgeen in r.o. 5.17 is overwogen dient [appellant] te bewijzen dat hij aan OPS lijdt. Het hof is voornemens met betrekking tot de vraag of [appellant] aan OPS lijdt een onderzoek door een deskundige te bevelen [..]
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- E.B. Knottnerus
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
