ECLI:NL:GHARN:2007:BA8292
Gerechtshof Arnhem · 05-06-2007 · zaaknummer 2006/218
Inhoudsindicatie
Geïntimeerde, die destijds een vriendschappelijke relatie had met appellant, heeft een koop/aannemingsovereenkomst gesloten met betrekking tot een bouwterrein met daarop een (te realiseren) bebouwing te Almere (hierna: de woning), dat op 26 januari 1999 aan hem in eigendom is overgedragen. Kort na de oplevering is de woning te koop gezet en hebben partijen verbouwingswerkzaamheden verricht. Na voltooiing daarvan is de relatie tussen partijen beëindigd en is geïntimeerde in de woning blijven wonen. De hypothecaire en eigenaarslasten zijn steeds door geïntimeerde voldaan. Geïntimeerde heeft de woning op 24 juni 2003 verkocht en op 30 juli 2003 in eigendom overgedragen. Na aflossing van de hypotheekschuld resteerde een winst van (circa) € 40.000,--. Appellant heeft zich beroepen op een mondelinge overeenkomst, die later is vastgelegd in een onderhandse akte, strekkende tot verdeling van de winst/overwaarde van de woning en hij heeft (in conventie) aanspraak gemaakt op betaling van € 34.033,52,-- (f 75.000,--).
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
