ECLI:NL:GHARN:2007:BA7781
Gerechtshof Arnhem · 19-06-2007 · zaaknummer 2006/669
Inhoudsindicatie
Op grond van artikel 217 jo. art. 353 lid 1 Rv. kan ieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, ook in hoger beroep, vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen. De verzoeker zal zijn belang gemotiveerd moeten stellen. Naar het oordeel van het hof hebben Aegon c.s., met hun onder 3.3 vermelde betoog, gemotiveerd gesteld dat zij recht- en belanghebbenden zijn bij de jegens Calberson ingestelde vorderingen en – naar gelang de te verwachten weren van Calberson – een belang bij voeging dan wel tussenkomst hebben. Zowel bij het door Aegon c.s. gestelde belang bij voeging, als het gestelde belang bij tussenkomst, gaat het om een belang in de zin van voornoemde bepaling (vgl. HR 14 maart 2003, NJ 2003, 313). Voorzover Calberson stelt dat een akte van subrogatie geen rechtsgeldige subrogatie tot stand brengt, miskent zij dat Aegon c.s. aan hun stelling dat zij recht- en belanghebbenden bij de vorderingen van Stuurman op Calberson zijn, zowel de betaling van het gevorderde schikkingsbedrag als een akte van overdracht aan hun vorderingen ten grondslag hebben gelegd
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
