ECLI:NL:GHARN:2007:BA2582
Gerechtshof Arnhem · 13-03-2007 · zaaknummer 2005/373
Inhoudsindicatie
Waar grief 1 over klaagt is dat de rechtbank het beroep op artikel 6 septies van het Unieverdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom voor deze vorderingen onbesproken heeft gelaten. Dit artikel geeft de buitenlandse merkhouder het recht zich te verzetten tegen het gebruik van zijn merk door zijn agent of vertegenwoordiger indien hij met dat gebruik niet heeft ingestemd. Nu heeft de rechtbank wel beslist (en tegen die beslissing is geen grief gericht) dat appellante GmbH heeft toegestemd in de inschrijving van het merk LecWec in het Benelux-merkenregister door DAT, maar die toestemming is uitdrukkelijk beperkt gebleven tot de periode waarin een samenwerkingsverband tussen partijen bestond. Daarna echter kwamappellante GmbH in elk geval een beroep op artikel 6 septies toe. Inmiddels echter staat tussen partijen vast dat de Duitse merkin-schrijving niet ten name van appellante GmbH staat, maar ten name van de heer A.. In verband daarmee heeft deze ook de bij tussenarrest van dit hof van 14 maart 2006 afgewezen incidentele vordering gedaan om als gevoegde partij in het onderhavige geding te worden toegelaten. Appellante GmbH is derhalve geen “proprietor of a mark in one of the countries of the Union” zoals artikel 6 septies eist. Dat moet tot verwerping van deze grief leiden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- G.L. Kooy
- P.P.J.M. Verhaag
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
