ECLI:NL:GHARN:2007:BA2575
Gerechtshof Arnhem · 06-03-2007 · zaaknummer 2006/1183
Inhoudsindicatie
Derhalve is voldoende aannemelijk dat het medehuurderschap van [geïntimeerde] is geëindigd. Gesteld, noch is anderszins gebleken dat [geïntimeerde] bij enige beschikking van de rechter in het voorjaar van 2003 of nadien op de voet van artikel 7A: 1623g lid 5 of 7:266 lid 5 van het Burgerlijk Wetboek huurder van de woning is geworden. [geïntimeerde] heeft geen andere rechtsgrond voor zijn verblijf in de woning naar voren gebracht. Voorts staat vast dat [C.] alle huurbetalingen voor de woning heeft voldaan. Aldus gaat het hof er - voorshands oordelend - vanuit dat de rechter in een bodemprocedure zal oordelen dat [geïntimeerde] daarin zonder recht of titel verblijft en op die grond de vordering zal toewijzen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- D.M.H.M. van Dijk
- H.M. Kruijsen
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
