Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHARN:2006:AX6727

Gerechtshof Arnhem · 11-05-2006 · zaaknummer 2006/267

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het hof stelt vast dat [appellanten] diverse leningen zijn aangegaan op een tijdstip waarop zij geen van beiden een vaste baan hadden, maar werkten op basis van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Ter terechtzitting heeft [appellant sub 1] omtrent het aangaan van de leningen verklaard dat zij in 2002 een bedrag van € 20.000,- bij de ABN Amro Bank hebben geleend, onder andere om schulden die waren ontstaan als gevolg van hun bruiloft te betalen. De daaraan verbonden aflossingsverplichting bedroeg ongeveer € 300,- per maand. Vervolgens hebben zij nog een lening afgesloten bij PrimeLine voor de aankoop van een bankstel, alsmede een lening bij Comfort Card waarmee zij tapijt en behang hebben gekocht. Het hof is van oordeel dat [appellanten] reeds ten aanzien van het ontstaan van deze schulden niet te goeder trouw zijn geweest, omdat ten tijde van het aangaan van voornoemde leningen hun inkomen niet voor langere tijd was zekergesteld. Aldus bestond onvoldoende zekerheid dat zij aan de daaruit voortvloeiende betalingsverplichtingen zouden kunnen blijven voldoen. [appellante sub 2] werkte toen immers op basis van een jaarcontract en [appellant sub 1] verrichte uitzendwerk op basis van arbeidscontracten met, blijkens zijn verklaring ter terechtzitting, een maximale arbeidsduur van zes maanden. Dat zij verwachtten bij hun toenmalige werkgevers in vaste dienst te kunnen treden doet aan het voorgaande niet af. Bovendien zijn [appellanten] opnieuw een lening aangegaan bij DSB Bank (voor de aankoop van artikelen voor een kinderkamer en andere inboedel tot een bedrag van ongeveer € 4.000,-) op een moment waarop [appellante sub 2] geen betaalde baan meer had en [appellant sub 1] enkel uitzendwerk verrichtte. Ten tijde van het aangaan van die lening gold eens te meer dat [appellanten] wisten of hadden moeten begrijpen dat zij niet meer in staat zouden zijn de daaruit voortvloeiende betalingsverplichtingen te voldoen. Het hof acht het aangaan van deze nieuwe betalingsverplichting daarom onverantwoord, zodat [appellanten] evenmin te goeder trouw waren ten aanzien van het ontstaan van de daaruit voortvloeiende schuld.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.