ECLI:NL:GHARN:2006:AX1012
Gerechtshof Arnhem · 18-04-2006 · zaaknummer 2004/723
Inhoudsindicatie
Tussen partijen is niet in debat dat op [geïntimeerde] ingevolge artikel 7:658 lid 4 BW jegens [A.] de verplichtingen van lid 1 rustten en dat [geïntimeerde] op de voet van lid 2 jegens werknemer [A.] aansprakelijk is voor de schade die [A.] in de uitoefening van zijn werkzaamheden heeft geleden, tenzij [geïntimeerde] aantoont dat zij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen (of, hier niet aan de orde, dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer). De werkgever kan zich ingevolge deze bepaling, voor zover thans van belang, van deze aansprakelijkheid bevrijden door te stellen en zonodig te bewijzen dat hij de maatregelen heeft getroffen die redelijkerwijs nodig waren om te voorkomen dat de werknemer schade zou lijden. Dit laatste houdt in dat de werkgever in ieder geval al die veiligheidsmaatregelen diende te treffen welke vereist waren met het oog op de gevaren die hem bekend waren of behoorden te zijn (vergelijk recent HR 17 februari 2006, C04/199HR, LJN: AU6927).
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- L. van Gulick
- R.H.J. Wildenburg
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
